Artist Diploma - Emmanuel Coppey
Dit programma neemt je op sleeptouw door een muzikale dans als metafoor voor de beweging van ons leven – de cycli ervan, de contrasten, de innerlijke omwentelingen. Drie dansen met een diepe expressieve lading gaan hier in dialoog met twee lichtere, vrolijkere polonaises. Het vormt een evenwicht tussen ernst en zorgeloosheid, of tussen duisternis en licht.
De Chaconne van Bach, de Chaconne van Bartók en het menuet uit de sonate in mi klein van Mozart hebben met elkaar gemeen dat ze ontstonden in een context van rouw. Alle drie transformeren ze de dans tot een taal van afscheid, herinnering, maar ook van transfiguratie. Bach componeerde zijn Chaconne als reactie op de dood van zijn geliefde echtgenote: het werk wordt een monument van verheven pijn, een intiem, universeel en tijdloos ritueel van afscheid. Twee eeuwen later kiest Bartók, getroffen door leukemie, opnieuw voor deze oude vorm voor zijn allerlaatste werk, waarbij hij zijn stem voor het laatst toevertrouwt aan de viool. Maar zijn Chaconne krijgt ook een ander gelaat: door het accent op de eerste tel, de integratie van Hongaarse ritmes en een uitgesproken moderne, vuurwerkachtige, bijna krampachtige stijl, wordt het een strijderslied tegen het onvermijdelijke. Waar Bach zijn verdriet structureert rond één thema dat in variaties wordt uitgewerkt, laat Bartók een tweede thema horen: chromatisch, lyrisch en klagend, zich verzettend tegen de kracht van het eerste thema.
Tussen deze twee extremen balanceert Mozarts menuet in een fragiel evenwicht. De sonate in mi klein, geschreven na het bericht van de dood van zijn moeder, is een van de weinige werken van de componist in deze toonaard, vaak geassocieerd met melancholie. Het menuet in het bijzonder, bevat een ingehouden, bescheiden maar diep verdriet, dat een echo vindt in het centrale trio in Mi groot: een stil moment, helder en bijna onwerkelijk zacht. Ook hier wordt de dans een mars van het lot, tegelijk een elegie, een herinnering en een opening naar een hiernamaals – een dans die twijfelt tussen schaduw en licht, tussen verlies en de mogelijkheid tot heling.
Om de ernst van dit drieluik, doordrongen van eindigheid, in balans te brengen, voegen twee polonaises een lichter element toe, een blik gericht op feestelijkheid, energie en virtuositeit. Het eerste luik, uit de Serenade in Re groot van het strijktrio van Beethoven, ademt nog de zorgeloze vreugde van de jeugd – van een man die nog niet getroffen werd door doofheid. Het is een zonnige, elegante en stevig gebouwde dans, die laat zien hoe muziek ook een spiegel van geluk kan zijn. De tweede, van de hand van Wieniawski, past binnen een briljante traditie: deze flamboyante Poolse violist-componist liet een oeuvre na dat de virtuositeit en de charme van de viool huldigen. Zijn Polonaise is een vuurwerk, een uitnodiging tot flair en vrijheid in het spel, ver weg van de donkere mijmeringen die eraan voorafgaan.
Het programma eindigt met Verklärte Nacht van Schönberg: een werk dat zowel aan de basis lag van Weense post-romantiek, als er een scharniermoment voor vormde. Het markeert een moment waarop die stijl op zijn laatste benen liep, vlak voordat de atonaliteit zijn intrede zou doen. Geïnspireerd door een gedicht van Richard Dehmel, vertelt het een verhaal van een vrouw die haar minnaar bekent dat zij het kind van een andere man draagt en de reactie van haar man, die haar uit liefde vergeeft. Deze muziek, vol spanningen en oplossingen, vaagheden en openbaringen, belichaamt op zichzelf wat transfiguratie kan zijn: niet het vergeten van de duisternis, maar het doorstaan en het overstijgen ervan. Men hoort er de Weense gratie in, de decadente walsen, maar vooral een innerlijke kracht die pijn transformeert in licht door de daad van het liefhebben zelf.
Dit werk is voor mij ook een gelegenheid om omringd te zijn door dierbare musici, die mij vergezeld, geïnspireerd en gesteund hebben tijdens mijn traject aan de Muziekkapel. Het belichaamt perfect de geest die daar heerst: een veeleisende zoektocht naar uitmuntendheid, gedragen door vriendschap, overdracht en verbondenheid. Het is ook een manier om dank u te zeggen aan deze uitzonderlijke plek, geleid door een team van zeldzame menselijke kwaliteit, dat mij met gevoeligheid en zorg begeleid heeft tijdens deze drie beslissende jaren. Drie jaren onder de veeleisende maar warme blik van Augustin Dumay, die mij, zo hoop ik, dichter bij een horizon van licht hebben gebracht.
Emmanuel Coppey, viool
B. Bartók: Sonata for Violin Solo, BB124, Sz. 117
I. Tempo di Ciaccona
Emmanuel Coppey, viool
Paul Zientara, altviool
Stéphanie Huang, cello
L. van Beethoven: Serenade in D Major, op. 8
IV. Allegretto alla Polacca
Emmanuel Coppey, viool
J. S. Bach: Violin Partita No. 2 in D Minor, BWV 1004
V. Chaconne
Emmanuel Coppey, viool
Arthur Hinnewinkel, piano
W. A. Mozart: Violin Sonata No. 21 in E Minor, K.304
II. Tempo di Minuetto
H. Wieniawski: Polonaise brillante No. 2, op. 21
Emmanuel Coppey, viool
Anna Lee, viool
Paul Zientara, altviool
Anna Sypniewski, altviool
Marc Coppey, cello
Stéphanie Huang, cello
Schoenberg: Verklärte Nacht, op. 4
![]()
Tickets:
22-17€*
* – 26, + 65, unemployed, person with a disability, free under 3 years old
Special conditions for Maecenas: funding@musicchapel.org
le chapel restaurant:
18:00>20:00
Booking: Resengo only
We would like to thank:
Our structural sponsors – Belfius & Proximus.
The Foundations – Baillet Latour Fund, Foundation Futur21, King Baudouin Foundation, Guttman Collection, Aureus –, the corporate partners – Immobel, Galileo Global Advisors, Iscal, LMNO – all the Maecenas and those who prefer to remain anonymous.
Thank you also to our public support – Belspo, the « Fédération Wallonie-Bruxelles », the « Province du Brabant Wallon », the « Commune de Waterloo » & alle spelers van de Nationale Loterij. & tous les joueurs de la Loterie Nationale.