Terugkeer

Loan Cazal, altviool

Loan Cazal is een Franse altviolist. In 2014 werd hij geselecteerd als altvioolsolo in het jeugdorkest van Yuri Bashmet en vervolgens speelde hij met hem in het Weense Musikverein. In december 2014 won hij de wedstrijd van de Fondation ‘Clos Vougeot’, die hem een Günter Siefert-altviool opleverde, waarmee hij momenteel speelt. In 2015, op zijn zestiende, behaalde hij de Eerste Prijs alsook de Speciale Prijs op het Concours International ‘Léopold Bellan’. In maart 2017, op zijn 19e, sleepte Loan Cazal de functie van altvioolsolo in de wacht met het Württembergisches Kammerorchester van Heilbronn, wat hem de titel opleverde van ‘Duitslands jongste altvioolsolo’. Die functie was van doorslaggevend belang voor zijn carrière en voerde hem naar alle uithoeken van Duitsland, in de grote zalen, alsook in muzikaal erg gerenommeerde steden (München, Stuttgart, Leipzig, Weimar, enz.).

Dankzij zijn voorliefde voor deze functie van aanvoerder van de altviolen, brak hij door en kreeg hij aldus allerlei opportuniteiten aangeboden. Zo werd hij opgemerkt door verscheidene prestigieuze orkesten en geregeld gevraagd om in te vallen als altvioolsolo in orkesten als de Staatskapelle van Weimar, het Orchestre Royal Philharmonique de Liège, het Brussels Philharmonic Orchestra, het Orkest van De Munt, het Orchestre Philharmonique du Luxembourg, de Niederbayerische Philharmonie van Passau, en andere. Van 2019 tot 2020 was hij geselecteerd als altvioolsolo bij het Scottish Chamber Orchestra. Sinds juli 2019 is hij docent altviool aan de academie ‘Giovanni Virtuosi’, naast maestro Igor Volochine (viool) en David en Alexandre Castro-Balbi (viool en cello).

In september 2019 stichtte hij in de hooglanden van Frankrijk het kamerorkest ‘Libertalia’ met David Castro-Balbi en dirigent Nicolas Kruger. In 2019 nam hij met de broers Castro-Balbi een cd met kamermuziek op bij het label CPO in Keulen, met Schuberts Forellenkwintet alsook het Pianokwintet van Hummel, uitgebracht in 2021.

Sinds september 2021 vervolmaakt hij zich verder aan de Muziekkapel Koningin Elisabeth als artiest in residentie.