Terug

Internationaal Contius-Bachfestival

Met MuCH Soloists

20:30 Sint-Jan-de-Doperkerk, Leuven

J.S. Bach en de Noord-Duitse componisten

4de Editie

Camila Mandilo, sopraan
Fleur Strijbos, sopraan
George clark, bariton
Joanna Huszcza, viool
Anne Lee, viool
Wouter Dekoninck, orgel
Philippe pierlot, viola da gamba

Johann Adam: Heincken: Hortus Musicus (Partita No.1)
Heinrich Schütz: Symphoniae sacrae II, op. 10
XIV. Verleih uns Frieden genädiglich, SWV 354
Nicolaus Bruhns: Mein Herz ist bereit
Dietrich Buxtehude: Jesu meine Freude, BuxWV 60

Meer dan een muzikale stijl was de Noord-Duitse school in de 17de eeuw een cultureel fenomeen, waarin het orgel niet alleen klonk, maar ook een buitengewone status genoot. Het waren de hoogtijdagen van stedelijke trots, en steden zoals Lübeck en Hamburg wedijverden om het grootste en het meest indrukwekkende orgel. Deze majestueuze orgels inspireerden tot virtuoze hoogstandjes en brachten componisten voort met een ongeëvenaarde reputatie die tot ver buiten de stadsgrenzen reikte. Met J.P. Sweelinck als stamvader en D. Buxtehude als stralend middelpunt, vormden de Noord-Duitse componisten een eliteklasse binnen de muziekwereld. Hun muziek was veeleisend, maar hun orgels waren daarop toegesneden: meerdere klavieren, uitgebreide registers en een krachtig pedaal. In de stylus phantasticus daagden orgel en organist elkaar uit in een dynamisch spel van strenge, contrapuntische delen en vrije, improvisatorische passages. Deze ultieme combinatie van beheersing en durf creëerde een klankwereld waarin techniek, improvisatie en devotie samen smolten tot een ongekende luisterervaring.

Deze zomer reist het Contius Bachfestival door deze wereld – niet alleen met het orgel, maar ook met vocale en instrumentale muziek. We volgen de jonge Bach naar Lübeck en Hamburg, waar D. Buxtehude en J.A. Reincken hem inwijden in de Noord-Duitse traditie. Maar de reis voert ons ook verder terug: naar Amsterdam, waar J.P. Sweelinck de kiem legt voor deze heilige drie-eenheid van orgel, componist en compositie. Als een zilveren draad slingert zijn invloed door generaties Noord-Duitse componisten, tot Bach deze oppikt en, als meester van zijn eigen muzikale universum, dan zijn eigen weg gaat.